“Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel te worden beproefd.” Matteüs 4:1
De duivel - wie kent hem niet? – komt af en toe aan het licht om zijn duistere rol in het leven van mensen te spelen. Ook Jezus wordt ‘uitgeprobeerd’ door de grote verleider. De Bijbelboeken Matteüs en Lucas geven er een staaltje van. Beide in hoofdstuk 4.
Jezus zwerft door de woestijn. Hij heeft honger en is kwetsbaar. In de eenzaamheid komen de wanen uit hun donkere holen en vallen aan. Veelbelovende luchtspiegelingen. Eeuwig gevecht.
Hij kijkt naar de stenen. Zou hij er brood van kunnen maken? Hij zou er zijn eigen maag mee kunnen vullen.
Maar zou daarmee de honger zijn gestild?
Hij kijkt vanaf een hoge bergtop neer op alle koninkrijken in de wereld. Gezien vanuit de hoogte liggen ze er glorieus bij. Het is allemaal voor het oprapen als hij meegaat in de waan toegeeft. De machtigen zullen naar hem opkijken.
Maar hij hongerde niet naar macht en rijkdom.
Hij kijkt vanaf het hoogste punt van de tempel in Jeruzalem. Een uitgelezen plek. Hier ruist het van religie, van aanbidding en verering. Als hij springt zullen engelen hem opvangen en op handen dragen. Hij zal aanbeden worden als een godenzoon.
Maar hij hongerde niet naar eer en adoratie.
Hij hongert naar gerechtigheid.
Zijn geest is helder.
De duivelse wanen trekken weg.